Ga naar hoofdinhoud
Lettergrootte-+=
Intranet Steun ons Lid worden

Merel (20) woont in Dirksland met haar man Ben. Na haar studie Ondernemerschap en Retailmanagement is ze eerst aan de slag gegaan bij een slagerij. Nu werkt ze met veel plezier, vier dagen in de week, bij een outlet center voor een bekend modemerk (Tommy Hilfiger). Ze hoopt door te kunnen groeien naar floormanager of manager. In haar vrije tijd kookt ze graag of speelt ze gitaar. Merel komt uit een gezin met nog drie zussen (22, 17 en 5). Haar vader is flink in de minderheid met zoveel vrouwen in huis .   

“Vroeger vond ik sporten erg leuk. Ik deed aan wedstrijdzwemmen. Sinds de CRPS is alles minder geworden en neem ik genoegen met heel weinig. Ik heb geen hobby’s nodig. Ik vermaak mij wel. Ik ben trouwens totaal niet van het tekenen of diamond painting. Wel ben ik graag in de tuin bezig”.

“Hele voorjaarsvakantie op de bank”

“Op mijn 12e ben ik tijdens schoolgym uitgegleden over een klein plasje water dat op de grond lag. Een simpel klein plasje water. Na mijn val ging het eigenlijk nog wel. Ik heb nog meegedaan met de rest van de gymles. Ik had wel een blauwe plek op mijn heup, maar meer niet. Aan het eind van de schooldag kreeg ik veel pijn en ik mocht toen van mijn leraar eerder naar huis. De volgende dag ben ik ook nog thuisgebleven. Daarna begon de voorjaarsvakantie”.

“Tijdens de voorjaarsvakantie had ik veel pijn en we zijn toen naar de dokter geweest. Mijn eigen huisarts was met vakantie. In het ziekenhuis hebben ze een foto gemaakt van mijn linker heup. Er was niets te zien op de foto en ik mocht weer naar huis.  Iedereen dacht dat het wel mee zou vallen, maar ik heb de hele voorjaarsvakantie op de bank gelegen van de pijn. Aan het eind van de voorjaarsvakantie ging de pijn ineens door naar mijn linkervoet”.

“Alles komt goed”

“De huisarts dacht dat ik met de val wellicht mijn voet ook had bezeerd en voor de zekerheid werd er een foto gemaakt. Ook dit keer was er niets te zien. Ik werd naar huis gestuurd met de boodschap ‘blijf lopen en het komt allemaal goed’. Dat deed het niet. Zo’n 2-3 weken later verkleurde mijn voet en werd deze heel dik. Een pijnarts in het ziekenhuis in Dirksland liet voor het eerst Posttraumatische Dystrofie (PD) vallen. Hij zij er wel bij dat dit alleen maar bij ‘oude mensen’ voorkwam en het daarom geen Posttraumatisch Dystrofie kon zijn. Inmiddels ging ik richting het einde van groep 8 en kon steeds minder. Ik had krukken geleend van een neef om nog wat te kunnen”.

“Uiteindelijk krijg ik een doorverwijzing naar het Sofia Kinderziekenhuis. Daar kwam al snel de diagnose CRPS. Ik ging de medische molen in en ze wilden eerst nog allerlei onderzoeken doen. Ik vond dit heel moeilijk. Ik was jong en iedereen wilde aan mijn been voelen en kijken. Ik heb dit als traumatisch ervaren”.

“Nadat ik eindelijk een labeltje had, werd er een behandelplan opgesteld met een pijnarts, een fysiotherapeut en een psycholoog. Dit was een zware tijd. Ik ging toen twee keer in de week naar het ziekenhuis en had het gevoel dat niemand mij begreep. Mijn medescholieren snapten er niets van. Bij uitjes had ik een rolstoel mee en tijdens korte schooldagen kon ik het met 1 kruk af. In die periode werd ik depressief en ook heel opstandig”.

“Ik heb mijn weg gevonden”

“Ik ben naar mijn gevoel heel snel volwassen geworden. Op mijn 14e moest ik de keuze maken of ik wel of geen morfine wilde gebruiken. Op die leeftijd hoor je hier helemaal niet bij na te denken. Op mijn 15e kreeg ik een relatie met Ben. Hij heeft mij leren kennen in een tijd dat het helemaal niet goed ging met mij”.

“Op een gegeven moment werd ik doorverwezen naar een revalidatiecentrum om mijn angsten te overwinnen. Mijn grootste angst was om te vallen of uit te glijden op water. Die behandeling heb ik niet afgemaakt. Het idee was dat om de beurt iemand anders mij om zou gooien zodat ik op de grond zou vallen. Op die manier zou ik van mijn angst afkomen. Ik ben daar gestopt en loop nu wel om een plas heen”.

“Ik heb wel een behandeling gehad die toen hielp. Ik kreeg bij een DC-kliniek een zenuwblokkade. Ik dacht trouwens dat we eerst alleen maar zouden praten, maar ik kreeg gelijk de blokkade. Dat kwam omdat we 2,5 uur hadden gereden om naar de kliniek te kunnen. De 1e keer prikken ging niet goed. Het deed enorm veel pijn. 2e keer ging gelukkig wel goed en de zenuwblokkade heeft zeker een tijdje geholpen. Ik durf het alleen niet aan om het nog een keer te doen”.

“Rond mijn 16e ben ik gestopt met de ziekenhuisbehandelingen en sinds mijn 18e ben ik ook gestopt met de fysio en psycholoog. Ik heb mijn weg gevonden. In de winterperiode gaat het wel slechter, maar ik heb veel geleerd en weet wat ik moet doen. Ik werk nu met veel plezier in de winkel. De pijn is er gewoon. Of ik nu op de bank zit of in de winkel loop. Het heeft geen zin om met de pakken neer te gaan zitten. Soms gaat het even niet anders en dat is OK”.

Back To Top